AI in de advocatuur mag, zolang de advocaat zelf verantwoordelijk blijft voor elk advies en elk processtuk. De NOvA gaf in december 2025 aanbevelingen, geen bindende regels; wat wél bindt, zijn de kernwaarden, de geheimhoudingsplicht, de AVG en de AI-verordening. De tuchtrechter liet in juli 2026 zien waar het misgaat: AI-verwijzingen die niemand had gecontroleerd.
In het kort
- De NOvA-aanbevelingen van 16 december 2025 geven per kernwaarde richting. Het is geen verordening, geen gedragsregel en geen richtlijn.
- Er is geen aangekondigde AI-controle bij kantoorbezoeken. Op signalen over AI-gebruik treedt de deken wel op. De toezichthouders verkennen in 2026 nog hoe ze toezicht op AI-gebruik gaan houden.
- Het concrete risico zit bij de tuchtrechter: in juli 2026 volgde een berisping nadat AI-verwijzingen naar uitspraken niet bleken te kloppen.
- De AI-verordening raakt een kantoor vooral via AI-geletterdheid (artikel 4). Artikel 50 vraagt van een kantoor zelden iets, en zeker geen vermelding in elk processtuk.
- Regel vier dingen: een AI-beleid, een lijst met toegestane tools, een vaste controlestap voor bronnen en goede afspraken met leveranciers.
Mag een advocaat AI gebruiken?
Ja. Geen wet en geen gedragsregel verbiedt een advocaat om AI te gebruiken. De vraag is niet óf u AI gebruikt, maar hoe.
De maatstaf staat in artikel 10a van de Advocatenwet. Daar staan de vijf kernwaarden: de advocaat is onafhankelijk, partijdig (hij kiest de kant van zijn cliënt), deskundig, integer en vertrouwenspersoon met een geheimhoudingsplicht. Die kernwaarden gelden voor alles wat u doet, dus ook voor werk waarbij AI helpt.
Met AI bedoelen we hier vooral generatieve AI: taalmodellen (LLM's) die tekst schrijven, samenvatten of analyseren. Zo'n model voorspelt welke tekst waarschijnlijk volgt. Daardoor klinkt het antwoord vaak overtuigend, ook als het niet klopt. Een verzonnen uitspraak of een verkeerd wetsartikel heet een hallucinatie.
Daarom zegt de NOvA het zo: AI is een waardevol hulpmiddel, mits u het inzet met oog voor de kernwaarden. U blijft altijd zelf verantwoordelijk voor het advies en voor de bescherming van de belangen van uw cliënt.
Wat zijn de NOvA-aanbevelingen over AI in de advocatuur?
De Nederlandse orde van advocaten publiceerde op 16 december 2025 de Aanbevelingen AI in de advocatuur. De projectgroep Digitalisering & AI adviseerde daarbij. De aanbevelingen zijn per kernwaarde uitgewerkt, met concrete punten voor de dagelijkse praktijk.
Wat ze zijn: richting. De NOvA zegt zelf dat zij advocaten wil informeren over verantwoord AI-gebruik. In een NOvA-artikel van maart 2026 noemt een lid van de projectgroep de aanbevelingen een levend document, waarop met voortschrijdend inzicht wordt voortgebouwd.
Wat ze niet zijn: een verordening, een gedragsregel of een richtlijn. Er hangt geen eigen sanctie aan. Toch zijn ze niet vrijblijvend. Ze laten zien hoe de NOvA de kernwaarden leest als AI in het spel is, en aan die kernwaarden toetst de tuchtrechter wél.
De aanbevelingen per kernwaarde, kort samengevat:
| Kernwaarde | Wat de NOvA aanbeveelt |
|---|---|
| Deskundigheid | Investeer in kennis van AI en de regels eromheen. Doe praktijkervaring op. Verifieer altijd de output en bespreek vooraf met leveranciers hoe kwaliteit en waarborgen geregeld zijn. |
| Vertrouwelijkheid | Geen vertrouwelijke gegevens in gratis tools of publieke AI-modellen. Deel alleen wat strikt nodig is, ken de datastromen en kies leveranciers zorgvuldig. |
| Onafhankelijkheid | AI ondersteunt, maar stuurt niet. Wees alert op tools die uw vraag bevestigen, ook als die vraag onjuist is. Zorg voor toezicht op medewerkers en leveranciers. |
| Integriteit | Neem AI-output nooit ongecontroleerd over. Stel een kantoorbreed AI-beleid op en informeer cliënten daarover. Wees intern open over AI-gebruik. |
| Partijdigheid | U blijft verantwoordelijk voor een partijdige, maar rechtmatige belangenbehartiging. AI is daarin nooit leidend. |
Twee aanbevelingen zijn voor de praktijk het scherpst. Onder deskundigheid: "Controleer citaten, jurisprudentie en feiten altijd handmatig vóór gebruik" en "Gebruik uitsluitend tools met bronvermelding, zodat de output verifieerbaar is (…)". Onder integriteit: "Neem AI-output nooit ongecontroleerd over."
Controleert de deken AI-gebruik bij een kantoorbezoek?
Niet als vast onderdeel. Geen toezichthouder heeft een AI-controle bij kantoorbezoeken aangekondigd. Online circuleert dat beeld wel, maar de primaire stukken zeggen iets anders. Op signalen over AI-gebruik treedt de deken wel op: de tuchtzaak hieronder begon met een signaal van de rechtbank aan de deken.
Het College van Toezicht ziet toe op hoe de dekens toezicht houden, niet rechtstreeks op advocaten. In zijn Werkplan 2026 zet het college AI op de agenda van de gesprekken met de dekens. De toon is vragend: het college ontvangt soms signalen over AI-gebruik en wil graag horen hoe de toezichthouders daarop toezicht houden.
Het dekenberaad zet in zijn Jaarplan Toezicht Advocatuur 2026 dezelfde stap. AI is een nieuw aandachtsgebied met een eigen portefeuille, en het plan voor 2026 luidt: verkennen hoe toezicht wordt gehouden op verantwoord gebruik van AI. In het jaarverslag over 2025 staat dat die portefeuille zich onder meer gaat richten op handhaving, maar dat de opzet nog wordt uitgewerkt. En in zijn voortgangsrapportage van april 2026 noemt het college als kernvraag welke vragen een toezichthouder hierover kan en moet stellen.
De conclusie is nuchter. De richting is bepaald, de uitvoering nog niet. Er is in 2026 geen AI-inspectieregime. Dat betekent niet dat het risico klein is, want de tuchtrechter heeft geen nieuw kader nodig.
Wat zei de tuchtrechter over AI-verwijzingen?
In juli 2026 legde de Raad van Discipline in 's-Hertogenbosch een advocaat een berisping op (ECLI:NL:TADRSHE:2026:93). Een berisping is na de waarschuwing de lichtste van de vijf tuchtmaatregelen uit artikel 48 van de Advocatenwet. De zaak begon met een bezwaar van de deken zelf, een zogenoemd dekenbezwaar.
Het AI-verwijt stond voorop. De advocaat had rechtspraak uit een AI-tool overgenomen in een conclusie van antwoord, zonder de verwijzingen te controleren of de uitspraken te lezen. Van de acht aangehaalde uitspraken bestond één ECLI-nummer niet. De zeven andere nummers hoorden bij heel andere uitspraken dan in het stuk stond. (Een ECLI is het unieke nummer van een rechterlijke uitspraak.) De raad noemde dit uiterst onzorgvuldig.
De raad vond dat iedereen in een procedure erop moet kunnen vertrouwen dat genoemde rechtspraak bestaat en klopt. Het klakkeloos overnemen van AI-output schond de kernwaarden deskundigheid en integriteit en gedragsregel 8 (geen onjuiste informatie). De kantonrechter had in dezelfde zaak al een schending van artikel 21 Rv vastgesteld: de plicht om de feiten volledig en naar waarheid aan te voeren.
Drie nuances horen erbij:
- De berisping rust op meer dan AI. Naast het AI-punt rekende de raad de advocaat nog vier tekortkomingen aan (r.o. 5.7 tot en met 5.10), waaronder het niet verschijnen ter zitting. Het AI-punt stond voorop, maar was niet het enige.
- Het verwijt over vertrouwelijkheid was ongegrond. Een vermoeden van de deken dat er vertrouwelijke gegevens in de tool waren ingevoerd, was niet genoeg.
- De timing woog mee. De stukken dateerden van juli 2025. Volgens de raad was AI-geletterdheid toen nog geen gemeengoed en waren de aanbevelingen van de Orde er nog niet. Wie nu werkt, kan zich daar moeilijk op beroepen.
Welke tool het was, staat niet vast. We werkten de uitspraak verder uit in de berisping om AI-verwijzingen.
Mag u cliëntgegevens in een AI-tool invoeren?
Alleen in een omgeving met stevige waarborgen. De geheimhoudingsplicht uit artikel 11a van de Advocatenwet geldt voor alles wat u in uw beroep te weten komt. Volgens de wet geldt die plicht ook voor medewerkers en voor andere personen die bij de beroepsuitoefening betrokken zijn.
De NOvA is concreet. Gebruik geen vertrouwelijke gegevens in gratis tools: hoe minder u betaalt, hoe meer data er waarschijnlijk wordt gebruikt. Voer geen vertrouwelijke of cliëntgegevens in publieke AI-modellen in. In haar veelgestelde vragen zegt de NOvA dat cliëntstukken in een AI-tool alleen kunnen met stevige contractuele waarborgen, of in een tool die binnen het kantoor wordt gehost en beheerd.
Daarnaast vraagt de NOvA u om de datastromen te kennen. Waar worden gegevens opgeslagen en verwerkt? In welk land, bij welke onderaannemers, met welke beveiliging? Let ook op wat een tool ongevraagd meeleest, zoals een plug-in die meer ziet dan uw vraag.
En de cliënt? De aanbevelingen zeggen: vraag de cliënt toestemming voor AI-gebruik in het dossier, en informeer cliënten over uw AI-beleid. De NOvA nuanceert dat in haar veelgestelde vragen. Er is geen algemene regel dat u elk AI-gebruik moet melden. Transparantie is wel vaak wenselijk, zeker als AI een wezenlijke rol speelt of gevolgen heeft voor vertrouwelijkheid, kwaliteit, kosten of persoonsgegevens. Bij twijfel informeert u vooraf en vraagt u zo nodig toestemming.
Wat vraagt de AVG als u AI gebruikt?
Zodra een AI-tool persoonsgegevens verwerkt, geldt de AVG. In een dossier is dat bijna altijd zo.
- Verwerkersovereenkomst (artikel 28 AVG). Verwerkt een leverancier gegevens voor u, dan bent u verwerkingsverantwoordelijke en de leverancier verwerker. U mag alleen werken met verwerkers die afdoende garanties bieden. De verwerker mag geen andere verwerker inschakelen zonder uw schriftelijke toestemming.
- DPIA (artikel 35 AVG). Een DPIA is een gegevensbeschermingseffectbeoordeling: vooraf in kaart brengen welke risico's een verwerking heeft en hoe u die beperkt. Die is verplicht als een verwerking waarschijnlijk een hoog risico inhoudt, zeker bij nieuwe technologie. De NOvA beveelt een DPIA aan zodra er persoonsgegevens in het spel zijn.
- Documenteren. De NOvA vraagt u de afwegingen voor een AI-tool vast te leggen en bij te houden welke diensten persoonsgegevens verwerken.
Wat betekent de AI-verordening voor een advocatenkantoor?
Minder dan vaak wordt gedacht. Een kantoor dat AI-tools gebruikt, is in de taal van de AI-verordening een gebruiksverantwoordelijke: iemand die een AI-systeem onder eigen verantwoordelijkheid gebruikt. De zwaarste plichten liggen bij de aanbieder, de partij die het systeem ontwikkelt en op de markt brengt.
AI-geletterdheid (artikel 4). Dit geldt sinds 2 februari 2025 voor elke organisatie die AI gebruikt. Per 27 juli 2026 is het artikel gewijzigd door de Digitale omnibus inzake AI. U neemt maatregelen die de AI-geletterdheid van uw mensen ondersteunen. U hoeft geen bepaald niveau per persoon te garanderen. Training, huisregels en een AI-beleid zijn zulke maatregelen. Meer hierover leest u in ons artikel over AI-geletterdheid onder de AI Act.
Transparantie (artikel 50). Dit artikel geldt sinds 2 augustus 2026. Het vraagt van een kantoor veel minder dan sommige artikelen beweren:
- Een chatbot moet melden dat hij een AI-systeem is. Die plicht ligt bij de aanbieder.
- AI-output moet machineleesbaar gemarkeerd zijn. Ook dat is een plicht van de aanbieder. Voor systemen die al vóór 2 augustus 2026 op de markt waren, geldt sinds de omnibus een overgangstermijn tot 2 december 2026.
- Een gebruiksverantwoordelijke meldt het bij een deepfake, en bij AI-tekst die wordt gepubliceerd om het publiek te informeren over zaken van algemeen belang. Die laatste plicht vervalt als een mens de tekst heeft gecontroleerd en iemand de redactionele verantwoordelijkheid draagt.
- Wie emotieherkenning of biometrische categorisering inzet, informeert de mensen om wie het gaat. Op een advocatenkantoor speelt dat zelden.
Een processtuk of een advies aan een cliënt valt daar niet onder. Artikel 50 verplicht u dus niet om in een conclusie of pleitnota te vermelden dat u AI hebt gebruikt. Of u het meldt, volgt uit de kernwaarden en uw afspraken met de cliënt.
Hoog risico. Juridische AI voor advocaten valt doorgaans niet in de categorie hoog risico. Bijlage III noemt AI die wordt gebruikt door of namens een rechterlijke instantie, of op soortgelijke wijze bij alternatieve geschilbeslechting. De plichten voor hoog-risicosystemen zijn bovendien uitgesteld tot 2 december 2027 en 2 augustus 2028.
Hoe kiest u een verantwoorde AI-leverancier?
Lees de voorwaarden zelf en stel uw vragen vooraf. De NOvA waarschuwt: vertrouw niet alleen op veelgestelde vragen of marketingbeloften. Controleer de afspraken over data-eigendom, intellectuele eigendom, aansprakelijkheid en exit. Let op vendor lock-in: afhankelijk worden van een leverancier waar u moeilijk vanaf komt.
Wie aansprakelijk is als software van een leverancier een fout maakt, en wat het contract en de productaansprakelijkheid daarbij regelen, leest u in Wie is aansprakelijk als een AI-agent een fout maakt?.
Vragen die u elke leverancier kunt stellen:
- Waar worden mijn gegevens opgeslagen, en waar draaien de modellen?
- Wordt mijn invoer gebruikt om modellen te trainen? Hoe lang bewaart de modelaanbieder iets?
- Welke subverwerkers zijn er, en kan ik daar bezwaar tegen maken?
- Toont de tool bij elk antwoord de bron, en kan ik die bron openen?
- Wat gebeurt er als de tool een bron niet kan vinden: zegt hij dat, of vult hij het gat?
- Wie bij de leverancier kan bij mijn gegevens, en wordt dat gelogd?
- Hoe krijg ik mijn gegevens terug als ik stop?
Test daarnaast zelf. De NOvA wijst op tools die geneigd zijn uw vraag te bevestigen, ook als die vraag onjuist is. Stel daarom eens een vraag met een fout erin en kijk of de tool u tegenspreekt.
Checklist: wat regelt een kantoor?

Matrix: per onderwerp wat de NOvA aanbeveelt, wat de wet vraagt en wat een kantoor vastlegt
Gebruik deze lijst als startpunt voor uw kantoorbeleid:
- AI-beleid. Leg vast welke taken met AI mogen, welke niet, en wie eindverantwoordelijk is. Informeer cliënten erover.
- Toegestane tools. Houd een lijst bij van goedgekeurde tools. Sluit gratis en publieke tools uit voor vertrouwelijke gegevens.
- Datastromen. Weet per tool waar data worden opgeslagen en verwerkt, en welke subverwerkers er zijn.
- Verwerkersovereenkomst en DPIA. Sluit een verwerkersovereenkomst met elke leverancier die persoonsgegevens verwerkt. Voer een DPIA uit vóór de ingebruikname.
- Controlestap. Geen uitspraak, wetsartikel of citaat gaat het kantoor uit zonder dat iemand de bron heeft geopend en gelezen.
- Opleiding. Zorg dat iedereen die AI gebruikt de basis kent: wat een taalmodel is, waar het fout gaat en hoe u controleert.
- Toezicht. Spreek af wie toezicht houdt op het AI-gebruik van medewerkers en leveranciers, en evalueer periodiek.
- Cliëntafspraken. Bepaal wanneer u een cliënt vooraf informeert of om toestemming vraagt.
Zo werkt het bij Prudai
Wij bouwen LEO, een AI-assistent voor juristen. Daarom laten we zien hoe wij de punten uit dit artikel in het product hebben opgelost, en waar de grens ligt.
Bronnen die u kunt openen. LEO werkt met meer dan 100 bronnen, waaronder wetgeving en rechtspraak. Voor tuchtrecht zoekt LEO live in de uitspraken van de tuchtcolleges. Welke bronnen LEO raadpleegt, staat open op de bronnenpagina. Hoe dat werkt bij jurisprudentie, leest u in waarom AI Nederlandse jurisprudentie verzint.
Een poort voor ECLI-nummers. De tuchtzaak hierboven draaide om ECLI's die nergens vandaan kwamen. In de chat van LEO controleert een mechanische poort elk antwoord daarop. Noemt het antwoord een ECLI die in het gesprek niet uit een bron, een tool of uw eigen stukken kwam, dan moet het model de uitspraak alsnog ophalen. Lukt dat niet, dan staat er zichtbaar "ongeverifieerd" bij. De grens: de poort controleert of een uitspraak is opgehaald, niet of die uw stelling draagt. Lezen blijft uw werk.
Eerst een plan, dan uw akkoord. Een LEO-workflow legt eerst een plan voor. In 67 van de 72 workflows wacht LEO daarna op uw akkoord voordat de specialisten beginnen. U kunt goedkeuren, bijsturen of stoppen. Zo blijft de advocaat aan het stuur, precies wat de NOvA met "AI ondersteunt, maar stuurt niet" bedoelt.
Modellen eerst door een compliancepoort. Voordat een model bij ons in productie mag, moet het door een compliancepoort: contractuele EU-verwerking, een aanvaardbare verwerkersketen en geen dataretentie die de leverancier verplicht stelt en die niet uit te zetten is, zoals de 30 dagen die Anthropic voor Claude Fable eist. Op PrudentBench publiceren we welke modellen erdoor komen en hoe ze scoren. Eerlijk erbij: een onafhankelijke, peer-reviewed benchmark voor juridisch onderzoek in het Nederlands, op basis van Nederlands recht, bestaat op dit moment niet. Daarom bouwen we een eigen meetset; resultaten daarvan zijn er nog niet.
Opslag. Klantdata staat op eigen servers in EU-datacenters. Hoe de beveiliging verder is ingericht, leest u op de pagina beveiliging.
Hoe dat er per rechtsgebied uitziet, leest u bijvoorbeeld in AI in de letselschadepraktijk. Ook buiten de advocatuur speelt dezelfde vraag, zoals bij gerechtsdeurwaarders.
Voor de specialist
Advocatenwet. Artikel 10a lid 1 noemt de kernwaarden: onafhankelijk (a), partijdig (b), deskundig (c), integer (d) en vertrouwenspersoon met geheimhouding binnen de grenzen van wet en recht (e). Artikel 11a lid 1 legt de geheimhoudingsplicht vast, ook voor medewerkers, personeel en anderen die bij de beroepsuitoefening betrokken zijn. Volgens lid 2 duurt die plicht voort na het einde van de werkzaamheden. Dat kan ook een leverancier raken die bij uw beroepsuitoefening betrokken is; leg de geheimhouding daarom ook contractueel vast. Artikel 45a regelt het toezicht door de deken, artikel 48 de tuchtmaatregelen.
Gedragsregels advocatuur 2018. Regel 3 gaat over vertrouwelijkheid, regel 8 over het verstrekken van onjuiste informatie. In ECLI:NL:TADRSHE:2026:93 werd regel 8 geschonden geacht naast de kernwaarden deskundigheid en integriteit (r.o. 5.6). Het verwijt over vertrouwelijkheid werd ongegrond verklaard (r.o. 5.12). De strafmaat staat in r.o. 6.2.
AI-verordening (EU) 2024/1689.
- Artikel 3 punt 4: definitie van gebruiksverantwoordelijke. Gebruik voor een persoonlijke, niet-beroepsmatige activiteit valt erbuiten.
- Artikel 4, gewijzigd bij Verordening (EU) 2026/1744 van 8 juli 2026 (PB 24 juli 2026, in werking 27 juli 2026): de plicht is "maatregelen nemen om de ontwikkeling van AI-geletterdheid te ondersteunen", uitdrukkelijk zonder garantie van een bepaald niveau.
- Artikel 50: lid 1 en 2 richten zich tot aanbieders, lid 3 en 4 tot gebruiksverantwoordelijken. Het nieuwe artikel 111 lid 4 geeft aanbieders van systemen die vóór 2 augustus 2026 op de markt waren tot 2 december 2026 voor de markering uit lid 2.
- Randgeval: zet een kantoor zelf een chatbot op de website, dan kan het kantoor aanbieder zijn en geldt lid 1 wél. Publiceert een kantoor AI-tekst over zaken van algemeen belang zonder menselijke redactie, dan geldt lid 4, tweede alinea.
- Bijlage III punt 8, onder a: AI voor rechterlijke instanties en, op soortgelijke wijze, alternatieve geschilbeslechting. De toepassingsdata voor hoog risico zijn verschoven naar 2 december 2027 (bijlage III) en 2 augustus 2028 (bijlage I).
Europees. De NOvA verwijst op haar aanbevelingenpagina naar de gids van de Raad van Europese Balies (CCBE) over generatieve AI voor advocaten van 2 oktober 2025.
Veelgestelde vragen
Zijn de NOvA-aanbevelingen over AI bindend?
Nee. Het zijn aanbevelingen die richting geven, geen verordening of gedragsregel. Ze werken wel door via de kernwaarden uit artikel 10a Advocatenwet, waaraan de tuchtrechter toetst. Wie de aanbevelingen negeert en daardoor een kernwaarde schendt, loopt dus wel tuchtrechtelijk risico.
Moet ik mijn cliënt vertellen dat ik AI gebruik?
Er is geen algemene regel dat u elk AI-gebruik moet melden. De NOvA beveelt wel aan om cliënten te informeren over uw AI-beleid en toestemming te vragen voor AI-gebruik in het dossier. Speelt AI een wezenlijke rol, of raakt het vertrouwelijkheid, kosten of persoonsgegevens, dan is vooraf informeren verstandig.
Moet ik in een processtuk vermelden dat AI is gebruikt?
Niet op grond van artikel 50 van de AI-verordening. Dat artikel gaat voor gebruikers vooral over deepfakes en over tekst die wordt gepubliceerd om het publiek te informeren. Wel moet alles in het stuk kloppen: artikel 21 Rv en gedragsregel 8 vragen juiste en volledige informatie, met of zonder AI.
Mag ik ChatGPT gebruiken voor een dossier?
Niet met vertrouwelijke of cliëntgegevens in een gratis of publieke versie. Dat raakt uw geheimhoudingsplicht en de AVG. Met een zakelijke omgeving, stevige contractuele waarborgen en een verwerkersovereenkomst kan het wel, mits u de output altijd zelf controleert.
Wat gebeurt er als een AI-verwijzing niet klopt?
Dan riskeert u een tuchtmaatregel. In juli 2026 kreeg een advocaat een berisping, mede omdat AI-verwijzingen naar uitspraken niet bestonden of naar andere uitspraken wezen. Daarnaast kan de rechter oordelen dat u de feiten niet naar waarheid hebt aangevoerd (artikel 21 Rv).
Bronnen
- NOvA, Aanbevelingen AI in de advocatuur (gepubliceerd 16 december 2025, geraadpleegd 2 oktober 2026)
- NOvA, Digitalisering & AI, met veelgestelde vragen (geraadpleegd 2 oktober 2026)
- College van Toezicht, Werkplan 2026 (PDF) (vastgesteld 18 december 2025, gepubliceerd januari 2026)
- Dekenberaad, Jaarplan Toezicht Advocatuur 2026 (PDF) (januari 2026)
- Raad van Discipline 's-Hertogenbosch, 27 juli 2026, ECLI:NL:TADRSHE:2026:93
- Advocatenwet (geldend vanaf 1 januari 2026)
- AI-verordening, Verordening (EU) 2024/1689
- Digitale omnibus inzake AI, Verordening (EU) 2026/1744 (PB 24 juli 2026)
Wilt u weten hoe LEO de NOvA-aanbevelingen werkbaar maakt in uw praktijk? Lees hoe LEO verifiëren, datastromen en kantoorbeleid ondersteunt en vraag daar een demo aan.
Bijgewerkt op 2 oktober 2026
Foto: BunteAufnahmen via Pixabay
