Toepassingen

Omgevingswet, Bbl en Wkb uitgelegd: wat moet de bouw nu regelen?

Geert Haisma

Sinds 1 januari 2024 bouwt u onder de Omgevingswet: het Bbl geeft de technische regels en voor gevolgklasse 1 geldt de Wkb, met kwaliteitsborger, bouwmelding en gereedmelding. Lees wat architecten, aannemers en opdrachtgevers moeten regelen, wat de schorsingen van 2026 betekenen en wat er nog komt.

Hoog flatgebouw in aanbouw, volledig omgeven door steigers, met een rood-zwarte torenkraan tegen een blauwe lucht

Sinds 1 januari 2024 staat het bouwrecht in de Omgevingswet. De technische eisen aan bouwwerken staan in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), de opvolger van het Bouwbesluit 2012. Voor eenvoudige nieuwbouw in gevolgklasse 1, zoals de meeste eengezinswoningen, geldt daarnaast de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb): u doet vooraf een bouwmelding, een onafhankelijke kwaliteitsborger controleert tijdens de bouw en u sluit af met een gereedmelding en een dossier.

In het kort

  • De Omgevingswet geldt sinds 1 januari 2024. Bouwen valt uiteen in een technisch en een ruimtelijk deel.
  • Het Bbl bevat de technische bouwregels en verving het Bouwbesluit 2012.
  • Bij gevolgklasse 1 vervangt een bouwmelding, minstens vier weken vóór de start, de technische omgevingsvergunning. Een kwaliteitsborger met een toegelaten instrument controleert de bouw.
  • Vóór ingebruikname doet u een gereedmelding met het dossier bevoegd gezag. Bij de oplevering krijgt de opdrachtgever daarnaast een opleverdossier van de aannemer.
  • Vanaf eind augustus 2026 werden kwaliteitsborgers geschorst, waardoor projecten stil kwamen te liggen. Verbouw en gevolgklasse 2 en 3 vallen nog niet onder de Wkb.

Wat regelt de Omgevingswet voor bouwen?

De Omgevingswet voegt sinds 1 januari 2024 de oude wetten over de fysieke leefomgeving samen in één stelsel. Voor de bouw betekent dat: één omgevingsplan per gemeente, één digitaal loket en een scheiding tussen technische en ruimtelijke regels.

Vergunningen en meldingen lopen via het Omgevingsloket. Voor de bouw zijn twee besluiten onder de wet belangrijk: het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) met de technische regels, en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) met onder meer de eisen aan kwaliteitsborging.

De lokale regels staan in het omgevingsplan: één per gemeente (art. 2.4 Omgevingswet), met regels over bijvoorbeeld bouwhoogte, bebouwingspercentage, welstand en functies. De oude bestemmingsplannen gelden voorlopig als "tijdelijk deel" daarvan. De regeling voor dat tijdelijke deel vervalt op 1 januari 2032.

De knip: technisch en ruimtelijk bouwen

De Omgevingswet splitst bouwen in twee activiteiten. Het Informatiepunt Leefomgeving (IPLO) noemt dat "de knip".

  • De technische bouwactiviteit. Voldoet het bouwwerk aan de bouwtechnische regels van het Bbl, zoals constructieve veiligheid, brandveiligheid en energiezuinigheid?
  • De omgevingsplanactiviteit bouwwerken. Past het bouwwerk in de lokale regels van het omgevingsplan?

Een bouwplan kan dus technisch meldingsplichtig zijn en ruimtelijk vergunningplichtig. Op een aanvraag om een omgevingsvergunning beslist de gemeente in de reguliere procedure binnen acht weken, één keer te verlengen met ten hoogste zes weken (art. 16.64 Omgevingswet). Voor de uitgebreide procedure (art. 16.65 Omgevingswet) gelden langere termijnen.

Wat is het Bbl, en wat is er anders dan in het Bouwbesluit?

Het Bbl bevat de technische regels voor bouwwerken. Het verving het Bouwbesluit 2012, dat op 1 januari 2024 verviel. Wie nog zoekt op "Bouwbesluit", komt dus uit bij het Bbl.

De opbouw is herkenbaar:

  • hoofdstuk 3: bestaande bouw;
  • hoofdstuk 4: nieuwbouw;
  • hoofdstuk 5: verbouw, verplaatsen en wijziging van een gebruiksfunctie;
  • hoofdstuk 6: gebruik van bouwwerken;
  • hoofdstuk 7: bouw- en sloopwerkzaamheden.

Hoofdstuk 2 bevat de algemene regels. Daar staan ook de regels voor kwaliteitsborging (artikel 2.17 tot en met 2.21) en de afbakening van wat vergunningplichtig is.

Het Bbl verandert vaak: de versie die nu geldt, is van 24 september 2026, en de volgende wijziging staat gepland voor 1 januari 2027. Een voorbeeld van zo'n wijziging leest u in Bbl 2026 en EV-laadpunten in parkeergarages.

Leg daarom per project vast aan welke versie u toetst. Bij gevolgklasse 1 is de bouwmelding het juridische ijkpunt voor de regels, aldus het ministerie van BZK en de VNG. Wijzigt het Bbl na de melding, dan blijven de regels van het moment van melding nog een jaar van toepassing (art. 8.3 lid 3 Bbl). Begint de bouw niet binnen een jaar na de melding, dan meldt u opnieuw (art. 2.18 lid 2 Bbl) en geldt het recht van dat moment.

Wat is de Wkb, en welke bouwwerken vallen onder gevolgklasse 1?

De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb, Staatsblad 2019, 382) verschuift de bouwtechnische toets van de gemeente naar een onafhankelijke kwaliteitsborger. Sinds 1 januari 2024 geldt dat voor nieuwbouw in gevolgklasse 1, de laagste risicoklasse.

De Wkb doet twee dingen. De toets vooraf op papier maakt plaats voor een toets in de praktijk, op de bouwplaats en tijdens de bouw. En de aannemer blijft na de oplevering aansprakelijk voor gebreken die bij de oplevering niet zijn ontdekt. Dat tweede deel staat in het Burgerlijk Wetboek en geldt voor elke aanneming van een bouwwerk die vanaf 1 januari 2024 is gesloten.

Welke bouwwerken onder gevolgklasse 1 vallen, staat in artikel 2.17 van het Bbl. Het gaat om nieuwbouw van:

  • grondgebonden woningen die niet in een woongebouw liggen, zoals rijtjeshuizen en vrijstaande woningen (woningen voor zorg en kamerverhuur vallen erbuiten);
  • drijvende woningen;
  • grondgebonden logiesfuncties die niet in een logiesgebouw liggen;
  • gebouwen met een industriefunctie van hoogstens twee bouwlagen, ook als bijbehorend bouwwerk bij een andere functie;
  • bruggen voor langzaam verkeer tot 20 meter overspanning, niet over een rijks- of provinciale weg;
  • andere bouwwerken die geen gebouw zijn, tot 20 meter hoog, met uitzonderingen zoals waterkeringen.

Een project valt er toch buiten als het om een monument gaat, of als er een gebruiksmelding nodig is, bijvoorbeeld omdat er veel mensen tegelijk in het gebouw zijn. Hetzelfde geldt als u een gelijkwaardige maatregel toepast voor constructieve veiligheid of brandveiligheid, als u NEN 6060 of NEN 6079 gebruikt voor de grootte van een brandcompartiment, of als er een vergunningplichtige milieubelastende activiteit bij hoort. Verbouw valt vooralsnog niet onder gevolgklasse 1 (art. 2.17 lid 4 Bbl).

In de praktijk vraagt u voor het technische deel geen omgevingsvergunning meer aan (art. 2.27 lid 1 onder a Bbl). U kiest een kwaliteitsborger, doet minstens vier weken vóór de start een bouwmelding (art. 2.18 Bbl) en doet minstens twee weken vóór ingebruikname een gereedmelding (art. 2.21 Bbl). Voor het ruimtelijke deel kan nog steeds een vergunning nodig zijn; dat hangt af van het omgevingsplan.

Wat doet een kwaliteitsborger, en wat niet?

Een kwaliteitsborger is een onafhankelijke, private partij. Hij beoordeelt met een toegelaten instrument of het bouwwerk aan de regels van het Bbl voldoet, en legt dat aan het eind vast in een verklaring.

Formeel past de kwaliteitsborger met toestemming van een instrumentaanbieder een toegelaten instrument toe (art. 7aa Woningwet). Een instrument is een beoordelingsmethode: hoe de borger controleert en wat hij vastlegt. De Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw (TloKB) laat instrumenten toe en houdt een openbaar register bij. Op de borgers zelf ziet de instrumentaanbieder toe: die kan waarschuwen, schorsen of de toestemming intrekken.

Wat de kwaliteitsborger doet, staat in het Bkl:

  • Borgingsplan. Vóór de start stelt hij een borgingsplan vast, gebaseerd op een beoordeling van de bouwtechnische risico's (art. 3.80 Bkl). Daarin staat welke maatregelen de risico's beperken en op welke momenten hij controleert.
  • Onafhankelijkheid. Hij is niet organisatorisch, financieel of juridisch betrokken bij het project, behalve via zijn opdracht (art. 3.82 Bkl).
  • Afwijkingen melden. Ziet hij een afwijking van het Bbl, dan meldt hij die onverwijld aan zijn opdrachtgever en de andere bouwpartijen. Staat de afwijking de verklaring in de weg, dan informeert hij ook de gemeente (art. 3.86 lid 1 Bkl).
  • Verklaring. Na afloop geeft hij zijn opdrachtgever een verklaring. Daarin staat dat er naar zijn oordeel een gerechtvaardigd vertrouwen is dat het bouwwerk aan de regels voldoet (art. 3.86 lid 2 Bkl). De andere bouwpartijen krijgen een kopie.

Wat hij niet doet, is de verantwoordelijkheid overnemen. Die blijft bij de aannemer en de opdrachtgever, benadrukken BZK en de VNG. Een verklaring met een voorbehoud bestaat niet: de borger verklaart, of hij meldt de gemeente op welke punten het bouwwerk niet voldoet.

Welke dossiers levert u op: dossier bevoegd gezag, consumentendossier of opleverdossier?

Er zijn twee dossiers met drie namen. Het dossier bevoegd gezag gaat bij de gereedmelding naar de gemeente. Het consumentendossier, dat in de praktijk vaak opleverdossier heet, gaat bij de oplevering naar de opdrachtgever.

Schema: wie levert wat aan bij gevolgklasse 1, per partij en per fase, van voorbereiding tot oplevering

Schema: wie levert wat aan bij gevolgklasse 1, per partij en per fase, van voorbereiding tot oplevering

Wie levert wat aan bij gevolgklasse 1. Bron: Bbl, Bkl en Burgerlijk Wetboek, stand 4 oktober 2026.

Dossier bevoegd gezagConsumentendossier (opleverdossier)
GrondslagArt. 2.21 Bbl (publiekrecht)Art. 7:757a BW (privaatrecht)
Geldt voorBouwwerken in gevolgklasse 1Elke aanneming van een bouwwerk gesloten vanaf 1 januari 2024, ook buiten gevolgklasse 1 en ook bij zakelijke opdrachtgevers, tenzij partijen iets anders afspreken
Wie levert hetWie de gereedmelding doet, met stukken van ontwerpers, adviseurs, aannemer en kwaliteitsborgerDe aannemer
Aan wieDe gemeente (het bevoegd gezag)De opdrachtgever
WanneerBij de gereedmelding, minstens twee weken vóór ingebruiknameBij de melding dat het werk klaar is voor oplevering
InhoudVerklaring van de kwaliteitsborger; gebruiksfuncties, ruimten en oppervlakten; constructie; luchtverversing; energiezuinigheid; milieuprestatie; brandveiligheid; gelijkwaardige maatregelenTekeningen en berekeningen van bouwwerk en installaties; toegepaste materialen en installaties; gebruiksfuncties; gegevens voor gebruik en onderhoud

Het woord "opleverdossier" staat niet in de wet: artikel 7:757a BW spreekt van "een dossier". Het IPLO noemt het consumentendossier of opleverdossier; het gaat om hetzelfde stuk.

De twee dossiers overlappen wel. Tekeningen, berekeningen en gebruiksfuncties komen in beide terug. Wie één bron bijhoudt en daaruit beide dossiers samenstelt, voorkomt dat de gemeente en de opdrachtgever een andere versie krijgen.

Wat verandert er voor architecten, aannemers en opdrachtgevers?

De Wkb verschuift werk naar voren en legt meer vast. Iedere partij krijgt daardoor een iets andere rol.

Architecten en ontwerpers

  • Geen toets vooraf door de gemeente. De kwaliteitsborger beoordeelt het ontwerp voor het borgingsplan en tijdens de bouw. Lever tekeningen en berekeningen dus vroeg en volledig aan.
  • Ontwerpkeuzes bepalen de route. Een gelijkwaardige maatregel voor brand of constructie, of een brandcompartiment volgens NEN 6060 of NEN 6079, haalt het project uit gevolgklasse 1. Dan is voor het technische deel in de regel weer een vergunning nodig.
  • Uw stukken worden kritischer gelezen. De aannemer moet fouten in plannen, tekeningen en berekeningen van de opdrachtgever schriftelijk en ondubbelzinnig melden (art. 7:754 lid 2 BW).
  • Lokale omstandigheden. Bodem of omgeving horen in de risicobeoordeling bij de bouwmelding (art. 2.19 lid 2 Bbl). Het ontwerpteam kent die vaak als eerste.

Aannemers

  • Aansprakelijkheid. Na de oplevering blijft u aansprakelijk voor gebreken die toen niet zijn ontdekt, tenzij ze u niet zijn toe te rekenen (art. 7:758 lid 4 BW). Tegenover een consument kunt u daar niet van afwijken, tegenover een zakelijke opdrachtgever alleen uitdrukkelijk in de overeenkomst.
  • Waarschuwingsplicht. Waarschuw schriftelijk en ondubbelzinnig, en wijs tijdig op de gevolgen (art. 7:754 lid 2 BW).
  • Opleverdossier. Overhandig het dossier bij de melding dat het werk klaar is voor oplevering (art. 7:757a BW).
  • Woning voor een consument. Informeer vooraf schriftelijk of en hoe de uitvoering en uw aansprakelijkheid voor gebreken zijn gedekt door een verzekering of andere financiële zekerheid (art. 7:765a BW). De consument mag tot 5% van de aanneemsom bij de notaris in depot zetten (art. 7:768 BW).
  • Geen kwaliteitsborger, geen bouw. Valt de borger weg, dan stopt het werk, ook zonder brief van de gemeente (TloKB).

Opdrachtgevers

  • Kies de kwaliteitsborger. Zoek een borger in het register van de TloKB en leg vast wie hem inhuurt. Die partij is zijn opdrachtgever en krijgt de verklaring (art. 3.86 Bkl).
  • Geen verklaring, geen ingebruikname. Zonder verklaring is de gereedmelding niet compleet, en zonder gereedmelding mag het bouwwerk niet in gebruik (art. 2.21 Bbl).
  • Regel wat er gebeurt als de borger wegvalt. Leg vast wie een vervanger zoekt en wie de kosten van stilstand draagt.
  • Ook zelfbouwers. Bouwt u zelf, zonder aannemer, dan heeft u bij gevolgklasse 1 toch een kwaliteitsborger nodig (IPLO).

Wat betekenen de schorsingen van kwaliteitsborgers in 2026?

Vanaf eind augustus 2026 schorsten instrumentaanbieders meerdere kwaliteitsborgers. Op de projecten van een geschorste borger mocht niet worden doorgebouwd, totdat er een nieuwe borger was of de schorsing was opgeheven.

Op 2 september 2026 meldde de TloKB dat twee instrumentaanbieders drie kwaliteitsborgers hadden geschorst. Op 7 september volgde nog een schorsing (register TloKB). Half september stonden er volgens BZK en VNG drie kwaliteitsborgers geschorst.

Tijdens een schorsing mag een borger geen kwaliteitsborging uitvoeren en geen verklaring afgeven (TloKB). Zonder kwaliteitsborging mag er niet verder worden gebouwd. Dat volgt rechtstreeks uit artikel 7ab lid 3 van de Woningwet, zonder apart besluit van de gemeente (BZK en VNG, 14 september 2026).

Van de getroffen projecten die nog niet af waren, was circa 85% woningbouw, met ongeveer 1.225 woningen (BZK en VNG). De schorsingen golden in eerste instantie voor drie maanden.

Op 23 september 2026 beperkte de rechtbank Midden-Nederland in kort geding een van de schorsingen (ECLI:NL:RBMNE:2026:6540). Voor lopende projecten met een bouwmelding van vóór 25 augustus 2026 moest de schorsing worden opgeheven; voor latere bouwmeldingen bleef zij staan (TloKB, 23 september 2026). Het is een voorlopige uitspraak; de rechtszaak zelf moet nog volgen. Kijk voor de actuele stand altijd in het register van de TloKB.

Wat leert dit u, ook als uw project niet geraakt is?

  • Overnemen kan. Een andere kwaliteitsborger mag het project overnemen, ook met een ander instrument. Er komt dan geen nieuwe bouwmelding, wel een geactualiseerd borgingsplan.
  • De nieuwe borger moet zelf overtuigd raken. Zijn verklaring gaat ook over werk dat de vorige borger heeft beoordeeld. Zijn controles niet vastgelegd, dan kan aanvullend onderzoek nodig zijn, bijvoorbeeld aan een fundering.
  • Herleidbaar bewijs loont. Bewijs dat te koppelen is aan een controlemoment, een plek en een eis uit het borgingsplan maakt een overname veel eenvoudiger.

Hoe u zo'n overgenomen dossier doorloopt, leest u in Een project overnemen van een geschorste kwaliteitsborger: vijf vragen aan het dossier.

Komt de Wkb ook voor verbouw en voor gevolgklasse 2 en 3?

Nog niet. De invoering voor verbouw is uitgesteld zonder nieuwe datum, en gevolgklasse 2 en 3 komen op zijn vroegst na de evaluatie van de Wkb. Die evaluatie staat gepland voor 2027.

De stand op 4 oktober 2026:

  • Verbouw. De invoering voor verbouwingen is voorlopig uitgesteld en heeft nog geen ingangsdatum (IPLO). De minister besloot in december 2024 om verbouw "nu niet" in te voeren, vooral vanwege de relatief hoge kosten bij kleinere projecten. Gemeenten kunnen wel proefprojecten voor verbouw starten.
  • Gevolgklasse 2 en 3. Daaronder vallen bijvoorbeeld bibliotheken en onderwijsgebouwen (gevolgklasse 2) en voetbalstadions en ziekenhuizen (gevolgklasse 3). Of en wanneer die volgen, hangt af van de evaluatie (IPLO). De monitoringsrapportage van 29 mei 2026 noemt een eventuele uitbreiding niet eerder dan vijf jaar na de start van gevolgklasse 1.
  • Bbl. Per 1 januari 2027 is volgens BZK en VNG een nieuw artikel 2.21a voorzien: een maatwerkvoorschrift over ingebruikname, in de afdeling over kwaliteitsborging. Gepubliceerd is het nog niet (stand 4 oktober 2026).

Checklist: wat regelt u per fase?

1. Ontwerp en voorbereiding

  • Bepaal of het project onder gevolgklasse 1 valt (art. 2.17 Bbl).
  • Toets het ontwerp aan het omgevingsplan; vraag zo nodig een vergunning voor het ruimtelijke deel aan.
  • Kies een kwaliteitsborger en instrument uit het TloKB-register en leg vast wie hem inhuurt.
  • Leg vast aan welke versie van het Bbl u toetst.

2. Bouwmelding (minstens vier weken vóór de start)

  • Kwaliteitsborger en instrument, risicobeoordeling met bijzondere lokale omstandigheden, borgingsplan.
  • Begint de bouw niet binnen een jaar? Meld dan opnieuw.

3. Tijdens de bouw

  • Controleer in het register of uw kwaliteitsborger nog bevoegd is.
  • Leg per afwijking de constatering, de melding en de afhandeling vast.
  • Bewaar bewijs per controlemoment, met datum, plek en eis uit het borgingsplan.

4. Gereedmelding (minstens twee weken vóór ingebruikname)

  • Verklaring van de kwaliteitsborger plus de gegevens uit artikel 2.21 Bbl (zie de tabel hierboven).

5. Oplevering

  • Opleverdossier aan de opdrachtgever (zie de tabel hierboven).
  • Bij een woning voor een consument: informatie over financiële zekerheid vooraf, en eventueel 5% in depot.

Zo werkt het bij Prudai

VERA is de AI-collega van Prudai voor bouwregelgeving. VERA ordent het Wkb-dossier zoals de artikelen 2.19 en 2.21 van het Bbl dat vragen, wijst aan wat nog ontbreekt en kan een concept voorbereiden, ook van de verklaring van de kwaliteitsborger. Die verklaring stelt de kwaliteitsborger zelf vast. VERA is geen toegelaten instrument voor kwaliteitsborging en vervangt dat ook niet.

  • Vaste opdrachten. In de promptbibliotheek kiest u bijvoorbeeld een gereedmeldingscheck tegen artikel 2.21 Bbl of een ontvankelijkheidstoets van het dossier. U kiest de opdracht; VERA doet zo'n controle niet uit zichzelf.
  • Citeren met peildatum. VERA is opgedragen het Bbl-artikel naast de maten uit het ontwerp te leggen, de tekst letterlijk uit wetten.overheid.nl te citeren met de peildatum erbij, en wat niet uit de stukken blijkt als open punt in het overzicht te zetten. Bij een open punt mag het totaaloordeel volgens die instructie niet "voldoet" luiden.
  • Uw eigen stukken. Per project uploadt u tekeningen, berekeningen en rapporten, onder meer als PDF, Word, Excel, afbeelding, DWG/DXF of IFC. VERA zoekt in de tekst die eruit gehaald wordt. Maten die alleen uit de geometrie van een tekening blijken, geeft u zelf op.
  • Bronnen. VERA werkt met ruim twintig bronnen. Live opgevraagd worden onder meer wetten.overheid.nl, het Omgevingsloket (omgevingsplannen via OZON), het IPLO, de BAG, de Raad van Arbitrage voor de Bouw, Rechtspraak en Officiële bekendmakingen. Ingelezen zijn onder meer de UAV 2012 (versie 2025), de AVA 2023, de DNR 2025, KOMO-beoordelingsrichtlijnen en NTA 8800.
  • Locatie. VERA zet een adres op de kaart met luchtfoto's van 2016 tot nu, met de kadastrale percelen en de BAG-panden erover. Wat er op die plek mag, volgt uit het omgevingsplan, niet uit de foto.

Het oordeel en de handtekening blijven dus bij de mens. VERA bereidt voor, de kwaliteitsborger beslist. Hoe zo'n rolverdeling tussen mens en AI-agent in een bedrijfsproces werkt, leest u in Human in the loop: zo werken mens en AI-agent samen. VERA is 14 dagen gratis te proberen, zonder creditcard.

Voor de specialist

  • Afbakening (art. 2.17 lid 2 en 4 Bbl). Uitgesloten zijn monumenten (a), een gebruiksmelding volgens art. 6.7 (c), een gelijkwaardige maatregel voor constructie of brand (d), NEN 6060 of 6079 voor een brandcompartiment (e), een vergunningplichtige milieubelastende activiteit (f) en verbouw (lid 4).
  • Grondslagen. De meldplicht volgt uit art. 2.18 Bbl, de plicht tot kwaliteitsborging uit art. 7ab lid 3 Woningwet. Een onvolledige bouwmelding is juridisch geen melding.
  • Borgingsplan (art. 3.80 lid 3 Bkl). Minimaal: totstandkoming, aard en omvang, eindverantwoordelijken, samenhangende en integrale beoordeling, actualisatiemomenten, toegepaste normen en kwaliteitsverklaringen, bijzondere lokale omstandigheden en samenloop met andere kwaliteitssystemen. Bij een overname kan de gemeente het nieuwe plan opvragen via art. 2.20 Bbl.
  • Schorsing van een instrument of van een borger. Schorst de TloKB de toelating van een instrument, dan mag lopende borging in beginsel doorgaan (art. 7af lid 4 Woningwet). Schorst een instrumentaanbieder een borger, dan geldt dat niet (BZK en VNG).
  • Beslistermijn (art. 16.64 Omgevingswet). Twaalf weken in plaats van acht als instemming nodig is.
  • Privaatrecht (titel 7.12 BW). Art. 7:754 lid 2, 7:757a en 7:758 lid 4 gelden voor elke aanneming van een bouwwerk vanaf 1 januari 2024. Van 7:757a mogen partijen afwijken, van 7:754 lid 2 en 7:758 lid 4 niet ten nadele van een consument. Art. 7:765a en 7:768 gelden alleen voor de bouw van een woning voor een consument.

Veelgestelde vragen

Is het Bouwbesluit 2012 nog geldig?

Nee. Het Bouwbesluit 2012 verviel op 1 januari 2024. De technische bouwregels staan sindsdien in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Voor vergunningen die vóór die datum zijn aangevraagd, blijft het oude recht gelden.

Heb ik bij gevolgklasse 1 nog een omgevingsvergunning nodig?

Voor het technische deel niet: daarvoor doet u een bouwmelding en schakelt u een kwaliteitsborger in. Voor het ruimtelijke deel kan wel een vergunning nodig zijn, als het bouwplan volgens het omgevingsplan of artikel 2.29 Bbl niet vergunningvrij is.

Wie doet de bouwmelding en de gereedmelding?

De bouwmelding noemt wie het bouwwerk bouwt en mag door een gemachtigde worden ingediend (art. 2.19 Bbl). Leg in de overeenkomst vast wie beide meldingen verzorgt en wie welke stukken aanlevert.

Mag ik doorbouwen als mijn kwaliteitsborger is geschorst?

Niet met die borger, tenzij de schorsing is opgeheven of voor uw project is beperkt; dat ziet u in het TloKB-register. Zoek anders een andere kwaliteitsborger in het register; zodra die is aangesteld en bij de gemeente gemeld, mag het werk weer door. Een nieuwe bouwmelding is niet nodig, een geactualiseerd borgingsplan wel. Werk om schade te voorkomen kan de gemeente toestaan.

Geldt de Wkb ook voor een verbouwing?

De kwaliteitsborging niet: verbouw valt buiten gevolgklasse 1 en de invoering is uitgesteld zonder nieuwe datum. De regels in het Burgerlijk Wetboek gelden wel, zoals het opleverdossier en de aansprakelijkheid van de aannemer voor gebreken die bij de oplevering niet zijn ontdekt.

Bronnen

Wilt u weten hoe VERA uw Wkb-dossier ordent en aanwijst wat nog ontbreekt? Bekijk VERA, de AI-collega voor bouw en Wkb en probeer het 14 dagen gratis, zonder creditcard.

Bijgewerkt op 4 oktober 2026

Foto via Pixabay

AI toepassingenWorkflow automatiseringPrudai

Geert Haisma

Algemeen Directeur

Geert Haisma is de medeoprichter en algemeen directeur van Prudai, een AI-specialist die organisaties ondersteunt bij het veilig en op maat inzetten van generatieve AI voor verbeterde besluitvorming en procesautomatisering. Met een achtergrond in bestuurskunde en een jarenlange ervaring in het succesvoller maken van organisaties, is Haisma de drijvende kracht achter de strategische en inhoudelijke richting van Prudai.