Op Prinsjesdag, 15 september 2026, presenteerde het kabinet de Miljoenennota 2027 en de ontwerpbegrotingen. Sinds die middag staan de cijfers ook als open data op rijksfinancien.nl. Wij lieten BEVER, onze AI-collega voor gemeentelijke besluitvorming, op 16 september de ontwerpbegroting 2027 naast die van 2026 leggen en de memorie van toelichting op het Gemeentefonds doorlezen. Dit artikel is de uitkomst: wat het rijksbudget betekent voor gemeenten, en welke vragen een gemeenteraad in november bij de behandeling van de eigen begroting aan het college moet stellen.
Twee leesregels vooraf. De open data van de Rijksbegroting vermeldt bedragen in duizenden euro's; wij noemen steeds het bedrag uit de bron én de omrekening. En bij elk cijfer staat de begrotingsregel of het Kamerstuk waaruit het komt, met peildatum 16 september 2026. Staat iets niet in de bron, dan zeggen we dat, in plaats van een schatting te geven.
In vijf punten
- Het Gemeentefonds groeit in 2027 naar € 49,96 miljard, maar de daling begint in 2028. De optelsom van alle regels van hoofdstuk B stijgt van 47.525.903 (× € 1.000) in de ontwerpbegroting 2026 naar 49.955.681 in de ontwerpbegroting 2027: +5,11%. De meerjarenreeks in de memorie van toelichting laat daarna een daling zien naar 47.199.774 in 2028 en 45.845.031 in 2031. (Open data hoofdstuk B, OWB 2026 en 2027; Kamerstuk 37020-B nr. 2, tabel 1.)
- Jeugdzorg en Wmo staan nergens als aparte regel. Dat geld zit ongespecificeerd in de algemene uitkering van 43.991.633 (× € 1.000), € 43,99 miljard. Wie een "jeugdzorgbudget" in de rijksbegroting zoekt, vindt het niet. (Open data regel B.1.1.14.692223.U.)
- Voor de Wmo komt in 2027 eenmalig € 265,7 miljoen bij, en vanaf 2029 gaat er structureel € 1,01 miljard per jaar af. De memorie van toelichting boekt "Uitstel invoering inkomensafhankelijke eigen bijdrage Wmo" (+265.700) in 2027 en "CA 44 Huishoudelijke hulp uit de Wmo met vangnet" (−1.010.000) in 2029, 2030 en 2031. (Kamerstuk 37020-B nr. 2, tabel 1.)
- Het klimaatgeld voor gemeentelijke uitvoeringskracht loopt na 2027 af. "Capaciteit decentrale overheden klimaat- en energiebeleid (CDOKE)" staat in 2026 op 666.340 en in 2027 op 670.515 (× € 1.000), € 670,5 miljoen, en in 2028 tot en met 2031 op 0. (Kamerstuk 37020-B nr. 2, tabel 1.)
- Het Rijk rekent voor de decentrale overheden op een blijvend tekort. De Miljoenennota raamt het EMU-saldo van de decentrale overheden op −€ 1,1 miljard in 2026 en 2027, oplopend tot −€ 1,3 miljard in 2030 en 2031. (Kamerstuk 37020 nr. 2, bijlagen bij de Miljoenennota, tabel 1.1.)
Het Gemeentefonds: 2027 naast 2026
Hoofdstuk B van de rijksbegroting, artikel 1, in de fase ontwerpbegroting (OWB). Bedragen uit de bron × € 1.000.
| Regel | OWB 2026 | OWB 2027 | Verschil |
|---|---|---|---|
| Algemene uitkering | 41.752.919 (€ 41,75 mld) | 43.991.633 (€ 43,99 mld) | +2.238.714 (+5,36%) |
| Decentralisatie-uitkeringen | 1.872.524 (€ 1,87 mld) | 1.886.864 (€ 1,89 mld) | +14.340 (+0,77%) |
| Integratie-uitkering Beschermd wonen R | 1.848.649 (€ 1,85 mld) | 2.010.058 (€ 2,01 mld) | +161.409 (+8,73%) |
| Integratie-uitkering Participatie R | 2.049.850 (€ 2,05 mld) | 2.065.165 (€ 2,07 mld) | +15.315 (+0,75%) |
| Integratie-uitkeringen Voogdij 18+ en overig R | 0 | 0 | 0 |
| Kosten Financiële-verhoudingswet (onderzoeken) | 1.961 | 1.961 | 0 |
| Optelsom hoofdstuk B | 47.525.903 (€ 47,53 mld) | 49.955.681 (€ 49,96 mld) | +2.429.778 (+5,11%) |
De optelsom is onze eigen som van de regels in de open data; de bron kent geen totaalregel. De regels "Beschermd wonen Z" en "Participatie S" staan in 2026 op 0 en komen in 2027 niet meer voor. De groei zit vrijwel volledig in de algemene uitkering: de memorie van toelichting noemt daar de accrestranche 2027 van 2.166.382 (× € 1.000), € 2,17 miljard, plus 94.911 accres voor Beschermd wonen.
Let op het verschil tussen twee "standen 2026": de ontwerpbegroting 2026 (open data) komt op 47.525.903, terwijl de memorie van toelichting 2027 voor 2026 een stand van 48.316.012 geeft. Dat tweede getal gaat uit van de begrotingsstand 2026 in de toelichting (47.531.353) plus de eerste suppletoire begroting 2026 (430.024) én de in deze begroting geboekte mutaties voor 2026 (354.635). Beide zijn juist; ze meten op een ander moment.
De normeringssystematiek bepaalt de jaarlijkse groei. De memorie van toelichting omschrijft die zo: "De normeringssystematiek houdt in dat de ontwikkeling van het fonds sinds 2024 gekoppeld is aan de ontwikkeling van het nominaal bruto binnenlands product. De indexatie wordt gesplitst in een volumedeel en een prijsdeel. De volumeontwikkeling van het fonds is gebaseerd op een 8-jaars (t-9 t/m t-2) historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bbp, waardoor het fonds minder schommelt." Rijk, VNG en IPO evalueren die systematiek begin 2027 over de jaren 2024 tot en met 2026, en opnieuw in 2029.
Provinciefonds en BTW-compensatiefonds
Het Provinciefonds (hoofdstuk C) groeit van 3.696.842 naar 4.069.723 (× € 1.000), € 3,70 naar € 4,07 miljard (+10,09%). Opvallend is de verdubbeling van de decentralisatie-uitkeringen: van 259.230 naar 539.488 (+108%). De algemene uitkering stijgt van 3.437.512 naar 3.530.135 (+2,69%).
Het BTW-compensatiefonds staat op de begroting van Financiën (hoofdstuk IX, artikel 6). De bijdrage aan gemeenten stijgt van 4.042.000 naar 4.556.236 (× € 1.000), € 4,04 naar € 4,56 miljard (+12,72%); die aan provincies van 439.648 naar 474.043 (+7,82%).
Sociaal domein: jeugdzorg en Wmo
In de cijfers van het Gemeentefonds bestaat geen regel "jeugdzorg" en geen regel "Wmo". Die middelen zitten in de algemene uitkering. De enige afgezonderde post in het sociaal domein is de integratie-uitkering Beschermd wonen (zie de tabel hierboven). Op de begroting van VWS (hoofdstuk XVI) staat voor jeugd één bijdrage aan medeoverheden onder "Overige": 80.607 in 2026 en 85.151 in 2027 (× € 1.000), € 85,2 miljoen, geen exploitatiebudget dus.
De memorie van toelichting op het Gemeentefonds bevat wel mutaties die het sociaal domein raken:
- "Compensatieregeling niet beoogde kosten jeugdzorg": −60.000 in 2026.
- "Indexatie WMO demografie 2026": +75.000 per jaar, structureel.
- "Uitstel invoering inkomensafhankelijke eigen bijdrage Wmo": +265.700, alleen in 2027.
- "CA 44 Huishoudelijke hulp uit de Wmo met vangnet": −1.010.000 per jaar in 2029, 2030 en 2031.
Verder meldt de toelichting vervolgonderzoek naar de verdeling van de clusters Individuele voorzieningen Jeugd, Individuele voorzieningen Wmo en Sociale basisvoorzieningen, na de herziening van het verdeelmodel per 1 januari 2027 (Kamerbrief van 28 mei 2026, Kamerstuk 36800-B nr. 25).
Klimaat en energie
Het begrotingsfonds voor klimaat (hoofdstuk M) heet in de ontwerpbegroting 2027 "Klimaat- en Energiefonds"; in 2026 heette het "Klimaatfonds". De optelsom van het hoofdstuk stijgt van 480.063 naar 772.177 (× € 1.000), € 480 naar € 772 miljoen (+60,85%). Dat hoofdstuk bevat geen regels voor gemeenten: het voedt de begrotingen van vakdepartementen. De post "Verduurzaming gebouwde omgeving" staat in 2027 op 0 (was 76.016 in 2026). Het hoofdstuk is bovendien niet hetzelfde als de rijksbrede klimaatuitgaven, die op de departementale begrotingen staan.
Voor gemeenten telt vooral de toevoeging aan het Gemeentefonds: "Capaciteit decentrale overheden klimaat- en energiebeleid (CDOKE)", 670.515 (× € 1.000) in 2027, na 666.340 in 2026 (tabel 11, decentralisatie-uitkeringen), en 0 in de jaren daarna. Het geld is dus niet nieuw, maar ook niet verlengd. Op de begroting van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (hoofdstuk XXII) blijft het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie op 9.000 in beide jaren; de regel "NIP (Lokale aanpak woningisolatie)" staat in beide jaren op 0; "Verduurzaming Groningen en Noord-Drenthe isolatie en ventilatie" stijgt van 126.718 naar 141.140.
Wonen
Op hoofdstuk XXII verschuift het accent naar grootschalige gebieden. Bedragen × € 1.000, OWB 2026 → OWB 2027:
| Regel (bijdrage aan medeoverheden) | 2026 | 2027 |
|---|---|---|
| Grootschalige woningbouwgebieden | 208.250 | 624.750 (+200%) |
| Realisatiestimulans | 336.900 | 378.539 (+12,36%) |
| Woningbouwimpuls | 95.000 | 100.000 (+5,26%) |
| Grondfaciliteit | 90.000 | 100.000 (+11,11%) |
| Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid | 128.625 | 149.035 (+15,87%) |
| Uitvoeringskosten Wetsvoorstellen Regie en Betaalbare Huur | 74.860 | 1.535 (−97,95%) |
| Studentenwoningenstartbouwimpuls | 0 | 0 |
Die laatste daling is geen bezuiniging: de memorie van toelichting op het Gemeentefonds boekt "Wet Versterking regie volkshuisvesting" als toevoeging aan het fonds, 65.922 in 2026 en 59.172 per jaar vanaf 2027 (€ 56 miljoen structureel vanuit VRO, plus € 10 miljoen in 2026 en € 3 miljoen structureel vanaf 2027 vanuit VWS). Een algemene "Startbouwimpuls" komt in de ontwerpbegroting 2027 niet als regel voor.
Werk en inkomen, opvang, veiligheid
- Bijstand. Het macrobudget participatiewetuitkering (BUIG) op de SZW-begroting stijgt van 7.945.994 naar 8.297.777 (× € 1.000), € 7,95 naar € 8,30 miljard (+4,43%).
- Inburgering. "Gemeenten inburgeringsvoorzieningen" stijgt van 289.645 naar 303.679 (+4,85%).
- Alleenverdieners. De tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek stijgt van 28.918 naar 34.055.
- Schulden. Op de BZK-begroting halveert "Kwijtschelden publieke schulden" (bijdrage aan medeoverheden) van 40.000 naar 20.000.
- Bibliotheken. Het Gemeentefonds krijgt in 2027 62.045 voor Openbare Bibliotheken (2026: 59.282), volgens de toelichting een incidentele overboeking vanuit OCW vanwege de gewijzigde Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen.
- Opvang. Op de begroting van Asiel en Migratie stijgt "Samenwerkingsverbanden asielketen" van 25.103 naar 66.069; "Overige Bijdrage aan medeoverheden" is nieuw met 45.000 (in 2026 geen regel).
- Ondermijning. Op Justitie en Veiligheid stijgt "Aanpak ondermijning" (bijdrage aan medeoverheden) van 146.835 naar 262.051 (+78,47%).
- Nieuw op BZK. Een "Gemeenschapsfonds" (subsidieregeling) van 30.000 in 2027; in 2026 bestond die regel niet.
Het meerjarenbeeld
De open data bevat alleen het begrotingsjaar zelf. Voor de jaren erna is de memorie van toelichting de bron. "Stand ontwerpbegroting 2027" voor het Gemeentefonds, × € 1.000:
| 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 |
|---|---|---|---|---|---|
| 48.316.012 | 49.955.681 | 47.199.774 | 46.020.381 | 45.904.536 | 45.845.031 |
Van 2027 naar 2028 is dat een daling van 2.755.907, € 2,76 miljard; van 2027 naar 2031 van € 4,11 miljard. De Miljoenennota zelf toont in de horizontale ontwikkeling "Gemeentefonds en Provinciefonds (inclusief accres)" als 53, 54, 54, 54, 57 en 59 miljard euro voor 2026 tot en met 2031, in lopende prijzen. Die reeks loopt op waar de fondsreeks daalt: naar onze lezing zit het verschil in nog niet toegedeelde accressen en prijsbijstellingen. Een raad doet er goed aan beide reeksen te kennen.
De toelichting noemt verder: twee gemeenten met een artikel 12-status (uitgekeerd 26.102 in 2024 en 19.480 in 2025); het op 6 juli 2026 ingediende wetsvoorstel herziening uitkeringsstelsel financiële verhoudingen (Kamerstuk 36988), dat een nieuwe uitkeringsvorm introduceert, de bijzondere-fondsuitkering, als alternatief voor de specifieke uitkering; en een Samenwerkingsagenda die het kabinet met de koepels opstelt naar aanleiding van de ROB-adviezen "Afrekenen met Disbalans" en "Meters maken met medebewind". Een opschalingskorting komt in de mutatietabel van de memorie van toelichting 2027 niet voor.
Tien vragen voor de raad in november
- Accres. Heeft het college de septembercirculaire 2026 één-op-één verwerkt, en hoe verhoudt de bbp-indexatie (volumedeel op een achtjaarsgemiddelde) zich tot onze eigen loon- en prijsstijgingen in 2027? Een goed antwoord specificeert het gemeentelijk aandeel in de accrestranche van € 2,17 miljard en vergelijkt dat met de cao- en inkoopindexaties.
- Jeugdzorg. Op welke volume- en kostenontwikkeling stuurt het college, nu jeugdzorg geen eigen regel in de rijksbegroting heeft en in 2026 een correctie van −€ 60 miljoen is geboekt? Een goed antwoord zet de eigen uitgaven naast het berekende aandeel in het cluster Individuele voorzieningen Jeugd en noemt de omvang van de reserve sociaal domein.
- Wmo. Is de eenmalige toevoeging van € 265,7 miljoen in 2027 als incidenteel geboekt, en wat is het lokale aandeel in de korting van € 1,01 miljard per jaar vanaf 2029 op huishoudelijke hulp? Een goed antwoord bevat een meerjareninschatting en de beleidsopties die worden voorbereid.
- Klimaat. Welke formatie en programma's worden nu uit CDOKE betaald (666.340 in 2026, 670.515 in 2027), en wat gebeurt daarmee per 1 januari 2028, wanneer die rijksbijdrage op 0 staat? Een goed antwoord noemt fte's, projecten en de dekking na 2027.
- Wonen. Doet de gemeente een beroep op de regelingen voor grootschalige woningbouwgebieden (€ 624,75 miljoen), de Realisatiestimulans (€ 378,5 miljoen) of de Woningbouwimpuls (€ 100 miljoen), en hoe is de toevoeging voor de Wet versterking regie volkshuisvesting (€ 59,2 miljoen landelijk) lokaal ingezet? Een goed antwoord koppelt aanvragen aan concrete projecten en formatie.
- Bijstand en schulden. Sluit het geraamde BUIG-budget aan op het landelijke macrobudget van € 8,30 miljard, en wat betekent de halvering van de rijksbijdrage voor kwijtschelding (€ 40 naar € 20 miljoen) voor onze schuldhulpverlening? Een goed antwoord toont de vangnet- of overschotpositie en de gevolgen voor het minimabeleid.
- Opvang en inburgering. Zijn de kosten van opvang en inburgering gedekt door de specifieke uitkeringen (inburgering landelijk € 303,7 miljoen; samenwerkingsverbanden asielketen € 66,1 miljoen), of legt de gemeente bij uit algemene middelen? Een goed antwoord is een sluitende kosten-batenopstelling per taak.
- Weerstandsvermogen. Hoe verhouden onze reserves en weerstandsratio zich tot de rijksraming van een EMU-tekort van € 1,1 miljard voor alle decentrale overheden samen? Een goed antwoord bevat de actuele weerstandscapaciteit volgens het BBV en de risico's in sociaal domein, grondexploitaties en rente.
- Meerjarenperspectief. Is de daling van het Gemeentefonds met € 2,76 miljard in 2028 in onze meerjarenbegroting verwerkt, en welke ombuigingen bereidt het college voor? Een goed antwoord boekt de dalende rijksreeks in, zonder stelposten voor compensatie die nog niet is vastgelegd.
- Informatiepositie van de raad. Wat betekent het wetsvoorstel herziening uitkeringsstelsel (Kamerstuk 36988) met de bijzondere-fondsuitkering voor de sturing en controle door de raad? Een goed antwoord beschrijft hoe de raad via de programmabegroting en de rechtmatigheidsverantwoording grip houdt op deze nieuwe uitkeringsvorm.
Wat staat er niet in deze cijfers
- Geen bedrag per gemeente. De open data bevat macrobedragen. Wat uw gemeente ontvangt, staat in de circulaires van het Gemeentefonds.
- Geen regels voor jeugdzorg en Wmo. Die zitten ongespecificeerd in de algemene uitkering.
- Geen meerjarenraming in de open data. Alleen het begrotingsjaar zelf; de jaren 2028–2031 komen uit de memorie van toelichting.
- Geen gemeentelijk klimaatgeld in hoofdstuk M. Het Klimaat- en Energiefonds voedt departementen; CDOKE staat in het Gemeentefonds.
- Geen Startbouwimpuls als regel in de ontwerpbegroting 2027.
- Geen opschalingskorting in de mutatietabel van de memorie van toelichting 2027.
- Geen realisatie. Ontwerpbegrotingen zijn ramingen; onderuitputting en kasschuiven zijn hierin niet zichtbaar.
- Een datavalkuil. Het open-data-portaal geeft voor een niet-bestaande jaargang of een verkeerd gespelde hoofdstuknaam een HTTP 404 met een lege lijst terug. In 2027 zijn bovendien de komma's uit hoofdstuknamen verdwenen ("Volksgezondheid Welzijn en Sport") en heet hoofdstuk M anders. Wie de oude namen gebruikt, ziet een leeg hoofdstuk en denkt dat er niets begroot is.
Bronnen
Alle cijfers: open data Rijksbegroting, budgettaire tabellen, fase OWB, uitgaven (vuo=U), geraadpleegd op 16 september 2026, bedragen × € 1.000. Elke regel is herkenbaar aan zijn index (hoofdstuk.artikel.onderdeel.instrument.volgnummer).
- Gemeentefonds: OWB 2026 · OWB 2027 — algemene uitkering B.1.1.14.666464.U / B.1.1.14.692223.U; decentralisatie-uitkeringen 666465 / 692224; Beschermd wonen R 666470 / 692227; Participatie R 666471 / 692228.
- Provinciefonds: OWB 2026 · OWB 2027 — C.1.1.14.666474/666475.U en C.1.1.14.692232/692233.U.
- BTW-compensatiefonds (hoofdstuk IX, artikel 6): OWB 2026 · OWB 2027 — IX.6.0.1.667510/667511.U en IX.6.0.1.693102/693103.U.
- Klimaatfonds / Klimaat- en Energiefonds: OWB 2026 · OWB 2027 — Verduurzaming gebouwde omgeving M.6.0.97.667158.U / 692750.U.
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties: OWB 2026 · OWB 2027 — kwijtschelden VII.12.0.14.666840.U / 692564.U; Gemeenschapsfonds VII.1.4.1.692551.U.
- Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening: OWB 2026 · OWB 2027 — grootschalige woningbouwgebieden XXII.1.2.14.666056.U / 691732.U; Realisatiestimulans 666063 / 691739; Woningbouwimpuls 666062 / 691738; Grondfaciliteit 666064 / 691740; Studentenwoningenstartbouwimpuls 666058 / 691734; NPLV XXII.1.1.14.666044.U / 691717.U; uitvoeringskosten regie XXII.1.1.14.666043.U / 691716.U; NPLW XXII.2.1.14.666103.U / 691784.U; NIP 691785; Groningen isolatie 666109 / 691793.
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid: OWB 2026 · OWB 2027 — BUIG XV.2.0.11.665557.U / 691219.U; inburgering XV.13.0.19.665554.U / 691217.U; alleenverdieners XV.2.0.19.665579.U / 691240.U.
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport (in 2027 zonder komma's): OWB 2026 · OWB 2027 — jeugd XVI.5.30.9.665800.U / 691470.U.
- Asiel en Migratie: OWB 2026 · OWB 2027 — XX.37.4.3.666010.U / 691679.U; 691680.U.
- Justitie en Veiligheid: OWB 2026 · OWB 2027 — ondermijning VI.33.3.3.666600.U / 692359.U.
- Memorie van toelichting begroting Gemeentefonds 2027, Kamerstukken II 2026/27, 37020-B, nr. 2: zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-37020-B-2 — tabel 1 (mutaties en meerjarenstand), paragraaf normeringssystematiek, artikel 12, wetsvoorstel 36988.
- Miljoenennota 2027, Kamerstukken II 2026/27, 37020, nr. 1: kst-37020-1 — horizontale ontwikkeling per begrotingshoofdstuk.
- Bijlagen bij de Miljoenennota 2027, Kamerstukken II 2026/27, 37020, nr. 2: kst-37020-2 — tabel 1.1, EMU-saldo decentrale overheden.
- Wetsvoorstel herziening uitkeringsstelsel financiële verhoudingen, Kamerstukken II 2025/26, 36988, nr. 2: kst-36988-2.
Waarom dit met BEVER en niet met een algemene chatbot
Een eerlijke vooraf: BEVER is niet slimmer dan een algemene chatbot. Het verschil zit in de bronnen die hij leest en in de controle eromheen. Vijf punten.
- BEVER leest de begrotingsstaten zelf. Niet een samenvatting of een losse pdf-pagina, maar de open data van rijksfinancien.nl, per hoofdstuk en per regel, met het regelnummer erbij. Daarom heeft elk bedrag in dit stuk een adres:
B.1.1.14.692223.Uis de algemene uitkering 2027, 43.991.633 (× € 1.000). Een chatbot zonder toegang tot die bron kan een bedrag wel noemen, maar niet controleerbaar maken. - Herleidbaarheid is het product. Bij elk cijfer staan de bronregel of het Kamerstuknummer en de peildatum. In dit gesprek liep bij de aangehaalde Kamerstukken bovendien een citatiecontrole die toetst of de bron bestaat en of het citaat erin staat. Wie het niet gelooft, klikt de bevraging in de bronnenlijst open en telt na.
- Een ontbrekend cijfer heet "niet begroot in deze bron". Geen schatting, geen cijfer uit een ander jaar en geen cijfer van een andere bestuurslaag. Zo staat er in dit stuk geen jeugdzorgbedrag per gemeente, omdat het Gemeentefonds geen regel "jeugdzorg" kent: die middelen zitten in de algemene uitkering. Die werkregel is sinds vandaag actief.
- BEVER knoopt een voorstel, de eerdere besluiten van datzelfde orgaan, de wettekst en de begrotingsbijlage aan elkaar. Voor dit artikel gebruikte hij daarvan alleen de begrotingsbijlage (de rijksbegroting), aangevuld met de Kamerstukken van Prinsjesdag; in uw gemeente komen daar de eigen raadsstukken bij. De vraag "wat betekent het einde van CDOKE voor ons klimaatprogramma" is dan te beantwoorden met uw eigen stukken naast de rijksregel, in plaats van met een algemene tekst.
- Alle klantdata staat op eigen servers in EU-datacenters (Hetzner), geen hyperscaler. Met de modelaanbieders is zero data retention contractueel afgesproken. Raadsstukken die nog niet openbaar zijn, worden dus opgeslagen op infrastructuur die PrudAI zelf beheert; wat een model voor een antwoord te zien krijgt, valt onder die zero-data-retention-afspraak.
Juist door die bronnen en die controle kon de redactie de zes fouten (vijf in de vergelijking met 2026, één uitspraak over 2027; zie het slotblok) in een kwartier vinden: elke regel had een adres, dus elke regel was na te slaan. Zonder adres was er niets geweest om tegen te leggen.
Over deze analyse
Deze analyse is op 16 september 2026 gemaakt met BEVER, de AI-collega van PrudAI voor gemeentelijke besluitvorming, in drie opeenvolgende opdrachten: de cijfers van het Gemeentefonds en de fondsen, de vakbegrotingen en de toelichtingen, en de doorvertaling naar raadsvragen. BEVER knoopt een voorstel, de eerdere besluiten van datzelfde orgaan, de wettekst en de begrotingsbijlage aan elkaar; voor dit artikel gebruikte hij de open data van de Rijksbegroting en de Kamerstukken van Prinsjesdag. De redactie heeft daarna elke cijferregel opnieuw tegen de bron gelegd. Daarbij zijn zes uitspraken gecorrigeerd of weggelaten: vijf vergelijkingen met 2026 waarin BEVER een regel als "0" of "niet gespecificeerd" had opgevoerd terwijl de bron anders zei, en één uitspraak over de begroting Klimaat en Groene Groei 2027 ("geen bijdragen aan medeoverheden") die niet klopte; de regelnummers van 2026 in zijn bronnenlijst zijn vervangen door de juiste; alle bedragen voor 2027 die in dit stuk staan bleken juist; vier duidingen bij de Kamerstukken (onder andere het abonnementstarief en "de opschalingskorting is definitief geschrapt") stonden niet in de bron en zijn weggelaten. Wat hier staat, is dus wat BEVER vond, door de redactie nagelezen en op enkele punten aangevuld uit dezelfde bronnen. Alle klantdata van PrudAI staat op eigen servers in EU-datacenters. Meer over BEVER: prudai.com/bever.
